top of page

Nooit rust kunnen vinden

  • Foto van schrijver: Helen van der Wals
    Helen van der Wals
  • 9 feb
  • 3 minuten om te lezen

Laatst zat er een moeder tegenover me in de praktijk die zei: “Ik snap het niet. Ik wil zó graag gewoon eens rustig op de bank zitten met een boek, maar ik kán het niet.”


Haar kinderen liggen op bed, het huis is stil, maar haar hoofd draait op volle toeren. Ze vertelt over de stapels speelgoed, de onafgemaakte was, het mailtje dat nog verstuurd moet worden. “En dan voel ik me tekortschieten,” zegt ze zacht, bijna fluisterend. “Als moeder, als partner, als mens.”


Ze was moe, leeg, en merkte dat ze sneller geïrriteerd raakte richting haar kinderen.



De rusteloosheid onder de loep

Het was duidelijk: rust was voor haar geen luxe, eerder iets onbereikbaars. Zelfs als alles stil was, bleef er een constante spanning in haar lijf hangen. Haar ademhaling zat hoog, de schouders gespannen. Rust voelde onwennig. Haar lijf was gewend aan altijd “aan” staan. Het was niet dat ze niet wilde ontspannen, haar lichaam wist simpelweg niet meer hoe.


Ik legde haar uit dat dit vaak voorkomt bij mensen die lange tijd “aan” hebben gestaan. Het zenuwstelsel raakt gewend aan een voortdurend gevoel van alertheid, een oude overlevingsstand waarin rust onveilig voelt. Het is niet dat ze niet wilde ontspannen; haar lichaam wist eenvoudigweg niet hoe.

Van begrijpen naar voelen

Samen namen we de tijd om niet meteen iets op te lossen. We keken, voelden en luisterden naar wat er in haar lichaam gebeurde. Hoe reageerde ze op de stilte, op haar eigen gedachten, op haar kinderen?


Langzaam kwamen er kleine momenten van herkenning. Het besef dat de drang om altijd iets te doen niet zomaar haar keuze was, maar een patroon dat ze had meegenomen uit haar jeugd. Stilzitten was in haar gezin van herkomst nooit gewoon geweest; altijd bezig zijn was een manier om verbonden te blijven, om spanning te vermijden. Nu, in haar eigen huis, werkte dat patroon niet meer, maar het was diep ingesleten.


Daarnaast onderzochten we haar overtuigingen en patronen met gerichte gedragstherapeutische begeleiding. Ze ontdekte dat ze vaak dacht: “Eerst alles af, dan mag ik rusten.” Maar in een gezin met jonge kinderen is ‘alles af’ een fictie. Samen formuleerden we helpende gedachten, zoals: “Ik mag rusten terwijl het leven doorgaat.” Door deze overtuiging te herkennen kon ze dit stap voor stap verzachten.


Rust leren toelaten

We oefenden met kleine signalen van ontspanning. Een kop thee drinken terwijl de kinderen spelen, zonder meteen iets “nuttigs” te doen. Ademhaling voelen, de schouders laten zakken, even niets moeten. Het ging niet om perfect stilzitten, maar om toelaten dat rust er mag zijn, ook in de imperfectie van het moment.


En langzaam, veranderde er iets. Ze vertelde dat ze haar kinderen weer echt kon zien, zonder dat irritatie of haast het overnam. Rust was geen beloning meer, geen iets dat ze eerst moest verdienen. Het was iets wat ze kon ervaren, terwijl het leven toch echt gewoon doorging.


Tot slot

Veel ouders herkennen dit gevoel: de lijstjes die nooit eindigen, de constante druk om alles te regelen, en de vermoeidheid die daaruit voortkomt. Maar rust is geen luxe. Het is de ruimte waarin verbinding kan ontstaan. Met jezelf en met je gezin. Soms betekent herstellen niet meer doen, maar durven stoppen.


In mijn trajecten werken we precies op deze manier: niet met snelle oplossingen of kant-en-klare stappenplannen, maar door zorgvuldig te onderzoeken wat er zich laat zien in gedrag, gevoel en relaties.


We combineren lichaamswerk, opstellingen en ademhaling met gerichte begeleiding, afgestemd op jouw systeem en jouw tempo. Het is een proces van kleine stappen, maar elke stap brengt je dichter bij een ouder die met meer rust, vertrouwen en zachtheid aanwezig kan zijn.




 
 
 

Opmerkingen


bottom of page